b voorjaarsontwaken 10

Orde der Dwazen zet publiek aan het denken

Sterk christelijk georiënteerd mensen, die samen een theatergroep vormen en zich dan Orde der Dwazen noemen: dat lijkt op het eerste gezicht niet te rijmen… Toch kozen de oprichters die naam doelbewust en weloverwogen. Hun inspiratie vonden ze bij de apostel Paulus. Die betoogt in zijn eerste brief aan de Korintiërs ( 1:27): “Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen.” En verderop in 1 Korintiërs 4:10 houdt hij de geloofsgemeente in de havenstad Korinthe voor: “Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.”

“Een soort geuzennaam dus”, zegt Martijn van den Burgt, die de theatergroep in 2010 oprichtte. De spelers die samen met hem de groep vormen, hebben een christelijke identiteit, komen uit allerlei kerken en kerkgenootschappen en hebben allerlei maatschappelijke achtergronden. Martijn die in het dagelijks leven applicatiebeheerder is, ICT-er dus, verduidelijkt: “Met ons toneelspel willen we de toeschouwer uitdagen, aan het denken zetten, wakker schudden zo je wil… Of je nou gelovig bent, of niet… Maar pas op: we doen dat niet om te moraliseren. De dwaas, of de nar zoals die bijvoorbeeld ook bij Shakespeare ten tonele wordt gevoerd, heeft niet de wijsheid in pacht, maar raakt met nobele onbeschaamdheid allerlei zaken aan die zijn toehoorders tot reflectie brengen.” Het logo van de groep – een narrenkap - is ontleend aan een in 1381 opgerichte ridderorde: De Ridders van de Orde der Dwazen, die eenzelfde soort filosofie aanhingen als we bijv. bij de Odd Fellows zien met hun maatschappelijk georiënteerde activiteiten.

Martijn en zijn medeoprichters werden gedreven door de gedachte dat er behoefte moest bestaan aan een ‘theatrale werkplaats’ in de christelijke wereld in het verstedelijkte gebied rondom Schiphol: Haarlemmermeer, Hoofddorp, Nieuw-Vennep, Aalsmeer, Amstelveen enz. Een werkplaats met als doel: theater van een inhoudelijk hoogstaande kwaliteit. Martijn: “Uiteraard worden er theatrale werkvormen gebruikt in kerken en geloofsgemeenschappen. Dat gebeurt heel betrokken en heel integer in kleine dramagroepen. Met als doel het evangelie te verspreiden of te bevestigen. Evangelisatie als doel, theater als middel. Orde der Dwazen evangeliseert niet maar onderzoekt. Het is een groep die theater wil gebruiken om thema’s die spelen in geloof en maatschappij, indringend en op beeldende wijze tegen het licht te houden. Thema’s waarmee mensen worstelen – ongeacht of ze christelijk zijn of niet.” Orde der Dwazen doet dat met spelers uit het brede spectrum van christelijke kerken. Ze komen inmiddels ook al van verderweg: uit Purmerend, Hilversum en Amsterdam.

Showproces
In het eerste seizoen speelde de groep Showproces. Het was gebaseerd op zelfgeschreven teksten van de spelers. De monologen, dialogen, trialogen en scènes ontstonden vanuit improvisatie, en werden uiteindelijk verwerkt tot één voorstelling. Het thema van de voorstelling was de fascinatie voor het verschijnsel ‘schuld’. Als er dingen misgaan in een samenleving móet iemand de schuld krijgen. Is er niemand die verantwoordelijk kan worden gesteld, dan is er onrust in de gelederen: de fout zou zich dan kunnen herhalen. Om dat te voorkomen moet er een schuldige worden aangewezen. Deze zondebok wordt buiten de groep geplaatst (ontslagen, verbannen, opgesloten of zelfs gedood ) en daarmee keert de rust weder. Althans, zolang als het duurt… Showproces hield in zijn theatrale vormgeving het midden tussen een openbare rechtszitting en een tv-spelprogramma. De spelers voerden historische én fictieve figuren op, zoals Judas Iskariot, Idi Amin, George Bush, Eva, maar ook Barbie… Het stuk zette kleine en grote ‘zonden’ naast elkaar. De vraag was: zijn zij schuldig? Waaraan zijn ze schuldig? Zijn zij verantwoordelijk voor de gevolgen van hun daden? Tijdens de spelshow kregen de ‘deelnemers/aangeklaagden’ de kans hun onschuld te bewijzen.

De toeschouwer werd aan het denken gezet over vragen als: is een grote zondaar een slechter mens dan een kleine zondaar? Wanneer ben je een grote zondaar en wanneer een kleine zondaar? Iedereen is zondig, is iedereen dus even schuldig? En of je nou christelijk bent of niet: wat vind je van het gemak waarmee mensen in je directe omgeving of verderweg in de media worden veroordeeld? Of van etiketten worden voorzien en in hokjes worden geplaatst? Ook was er interactie met de zaal. Zo doorbrak de ‘Judas’ de onzichtbare ‘vierde wand’ tussen spelers en toeschouwers door zich rechtstreeks tot het publiek te richten met de stelling: “Ieder ander had exact het zelfde gedaan in mijn situatie! Jij ook” De voorstelling was een groot succes en smaakte naar meer.

Niet Sporen
In 2012 werd het stuk Niet Sporen opgevoerd. De voorstelling volgde het leven van drie mensen, en de wijze waarop zij omgaan met menselijke tekorten in de hufterige samenleving waarvan zij zelf ook deel uitmaken. Het programmaboekje schetste het zo: “Zij wil graag, maar kan het niet. Hij kan wel, maar wil het niet. Hij wil wel, maar spoort niet. Lotgenoten op een dollemansrit? Of zijn het gewoon HUFTERS eerste klas?” De vraag die in het stuk werd onderzocht, was: in hoeverre is ons gedrag het gevolg van onze beperkingen en hoeveel ruimte krijgen we/geven we elkaar om te zijn zoals we zijn? Het stuk was soms hilarisch, soms tenenkrommend, maar vaak herkenbaar en confronterend. In de basis ging Niet Sporen over eenzaamheid, over de hunkering van de mens naar liefde, aandacht, begrip en genegenheid. De teksten – die wederom op basis van improvisaties tot stand waren gekomen - waren pakkend en naturel. De voorstelling bood mooi spel en een goede rolinleving. Het spelplezier spatte ervan af.

Wonderboj
Inmiddels heeft zich een verrassende ontwikkeling voorgedaan: de spraakmakende cultuurtheoloog Frank Bosman heeft speciaal voor Orde der Dwazen het toneelstuk Wonderboj geschreven dat geïnspireerd is op het boek Job. Het boek Job. Dat is niet niks… Spelers en regisseur zien het als een enorme uitdaging om dit stuk vorm te geven Wonderboj is een cultuurtheologisch drama over een goed en rechtvaardig man die in alle opzichten succesvol, rijk en gelukkig is, maar die buiten zijn schuld alles verliest wat hem dierbaar is: zijn vrouw, zijn kinderen en al zijn bezittingen. We zien zijn zoektocht naar de oorzaak van wat hem is overkomen. We zien zijn worsteling om het te verwerken en hierover met zichzelf en met God in het reine te komen. En we zien de reactie van de mensen om hem heen, die van mening zijn dat God hem heeft gestraft omdat hij het er wel naar gemaakt zal hebben. Hij móet wel zondig zijn. Hij móet stiekem wel een slecht en corrupt leven hebben geleid, anders zou God dit toch niet hebben toegelaten? Ze willen begrijpen waarom hij lijdt, zodat ze het bij zichzelf kunnen voorkomen. Ze realiseren zich niet dat ze op die manier in feite God slechts dienen uit eigenbelang.

Het thema van het stuk roept vele heftige vragen op, die mensen raken, of ze nou christelijk zijn of niet. Bij de start van de repetities had de spelersgroep een indringende gedachtewisseling met auteur Frank Bosman. Het was – ook in dramaturgische zin - heel bijzonder om bij de verkenning van het toneelstuk al direct de dialoog te kunnen aangaan met de geestelijk vader ervan. Het hielp de spelers om beter zicht te krijgen op de diepere lagen en de rolkarakters.

Regisseur Ton Kock: “Ik ben ervan overtuigd dat we een mooie voorstelling gaan maken. Met spelers die in hun spel de kracht van het woord en de kracht van het beeld – soms zelfs muzikale verbeelding! – zullen laten samenvallen. Woorden en beelden die niet de zaal in dwarrelen als enveloppen waar niks in zit, maar die mensen zullen raken met een voor hen waarachtige betekenis…”

En zo blijft Orde der Dwazen ook in het derde jaar van zijn bestaan een bijzondere theatergroep. Of zoals Martijn van den Burgt het formuleert: “We zijn eigenlijk op drie niveaus bezig. We zijn heel sterk publieksgericht op een wijze die mensen niet onberoerd laat. Maar we ondergaan ook steeds een bijzonder groepsproces als we onze tanden in een nieuw stuk zetten. We mobiliseren elkaars denkkracht en persoonlijke ervaringen, en zetten die om in theater. En ten derde, heel belangrijk: we worden er als persoon ook rijker van. Laat ik het bij mezelf houden: toneelspelen is voor mij een stap naar een andere werkelijkheid. Je bent dingen aan het onderzoeken op een manier die je in je eigen wereld en werkelijkheid niet kent. Het is heel verrijkend om onbevangen en in veiligheid, spelenderwijs te experimenteren met inhoud en vorm. Al doende ben je dan als individu én als groep je inzichten aan het herijken. Dus tijdens een voorstelling, vertellen we het publiek iets, maar we vertellen daarmee ook iets aan onszelf en aan elkaar…”

Powered By: Sander Verhoeve | SilverStripe Developer